Een dagschema bij autisme: een dagplanning die houvast geeft
Een dagschema bij autisme laat in plaatjes of woorden zien wat er vandaag gebeurt, in welke volgorde, en wat er nu aan de beurt is. Zo hoeft iemand minder te raden en minder te vragen. Hieronder lees je waarom dat helpt, hoe je een dagplanning maakt en hoe die eruit kan zien op een schooldag, in het weekend en op een werkdag.
Bijgewerkt 3 oktober 2026 · 8 min lezen
Waarom een dagschema helpt bij autisme
Veel autistische kinderen en volwassenen vertellen dat niet weten wat er komt veel energie kost. Wie de hele dag moet raden wat er straks gebeurt, waar en met wie, houdt weinig ruimte over voor de rest. Een dagschema neemt dat raden weg. Het beantwoordt de vragen die anders steeds terugkomen: wat gaan we doen, wanneer, en hoe lang duurt het nog?
In Nederland en Vlaanderen werken veel ouders, scholen en zorgverleners met de vijf vragen uit de aanpak Geef me de 5: wat, hoe, waar, wanneer en wie. Een dagschema gaat vooral over het ‘wat’ en het ‘wanneer’. Dat is vaak al een groot deel van de onrust.
Een schema helpt ook bij overgangen. Als je al weet dat na het eten het tandenpoetsen komt, is de wissel minder een verrassing. En het geeft ruimte om zelf te kijken, in plaats van steeds te moeten vragen of te wachten tot iemand iets zegt. Veel mensen worden daar zelfstandiger van.
Deze gids bevat algemene, praktische informatie. Iedereen met autisme is anders. Twijfel je over wat bij jou of je kind past, vraag dan een professional die jullie kent om mee te denken, zoals een ergotherapeut, een ambulant begeleider of de intern begeleider op school.
Dagschema, dagplanning, planbord: wat is wat?
De woorden lopen door elkaar, en dat is niet erg. Een dagschema of dagplanning is de volgorde van de dag. Een planbord is een bord waarop je die volgorde laat zien, vaak met losse dagritmekaarten en klittenband. Een strook is een vel met alle plaatjes onder elkaar. En steeds vaker staat de dagplanning op een tablet, een telefoon of een horloge. De vorm maakt minder uit dan dat je hem elke dag gebruikt.
Een dagschema maken in 6 stappen
Stap 1: Kijk waar de dag vastloopt
Begin niet bij de hele dag, maar bij het moment dat nu het lastigst is. Dat is vaak de ochtend voor school, de middag na school of het naar bed gaan. Een schema voor dat ene dagdeel geeft snel resultaat. Gaat het goed, dan maak je er een stuk bij.
Stap 2: Kies de vorm die je kind begrijpt
Niet iedereen begrijpt een getekend pictogram meteen. Er is een soort trap, van concreet naar abstract:
- Een voorwerp, zoals de beker voor ‘drinken’ of de zwemtas voor ‘zwemmen’.
- Een foto van het echte ding: de eigen fiets, de eigen school.
- Een pictogram, een eenvoudige tekening.
- Een woord of een korte zin.
Kies de trede die je kind nu begrijpt. Je kunt later altijd een stap verder gaan. Een woord onder het plaatje helpt bijna altijd, ook voor de mensen om je kind heen. Lees meer over het kiezen van plaatjes in pictogrammen kiezen en gratis vinden.
Stap 3: Bepaal hoeveel je laat zien
Voor sommige mensen geeft een hele dag in één oogopslag rust. Voor anderen is dat juist te veel. Begin dan met twee kaarten, wat er nu is en wat er straks komt, en bouw langzaam op. Meer daarover lees je in de eerst-dan-kaart en het nu-straks-bord.
Stap 4: Tijden of alleen de volgorde?
Tijden geven houvast aan wie de klok kan lezen en zich er prettig bij voelt. Maar ze kunnen ook onrust geven: ‘het is al 10.03 en we zijn nog niet weg!’. Werkt dat zo bij jullie, laat de tijden dan weg en werk alleen met de volgorde. Een tussenvorm is ook mogelijk: tijden alleen bij de dingen die echt vastliggen, zoals de bus of de zwemles.
Stap 5: Maak het samen en introduceer het op een rustig moment
Leg het schema niet neer op een moment dat het al misgaat. Bekijk het samen op een rustige dag. Laat je kind, als dat kan, zelf de kaarten op volgorde leggen of een kleur kiezen. Wie meedenkt, gebruikt het schema eerder.
Stap 6: Gebruik het elke dag op dezelfde manier
Bekijk het schema 's ochtends samen. Wijs bij elke wissel de volgende kaart aan, voordat je iets zegt. Haal kaarten die klaar zijn weg, draai ze om of vink ze af. En gebruik het ook op dagen dat alles goed gaat. Een schema werkt door de herhaling.
Voorbeeld 1: een schooldag
| Tijd | Activiteit |
|---|---|
| 7.00 | Opstaan, naar de wc |
| 7.15 | Aankleden |
| 7.30 | Ontbijten |
| 7.50 | Tanden poetsen |
| 8.00 | Jas en schoenen aan, tas pakken |
| 8.15 | Naar school |
| 15.00 | Thuis, drinken en iets eten |
| 15.15 | Rustig op je kamer, even niets |
| 16.00 | Buiten spelen |
| 17.30 | Eten |
| 18.30 | Douchen, pyjama aan |
| 19.15 | Voorlezen |
| 19.30 | Slapen |
Let op het rustmoment na school. Veel kinderen met autisme komen na een schooldag vol indrukken thuis met een lege tank. Een vast moment om bij te komen, zonder vragen en zonder opdrachten, kan de rest van de middag veel rustiger maken.
Voorbeeld 2: een weekenddag
| Dagdeel | Activiteit |
|---|---|
| Ochtend | Opstaan, ontbijten, aankleden |
| Ochtend | Boodschappen doen met papa |
| Ochtend | Vrij spelen |
| Middag | Lunch |
| Middag | Naar de speeltuin |
| Middag | Rustig, tablet of lezen |
| Avond | Pizza eten |
| Avond | Badje, pyjama, slapen |
Het weekend heeft vaak minder vaste tijden, en dat mag. Werk dan met dagdelen in plaats van tijden. Juist op vrije dagen helpt een schema veel kinderen, omdat de vaste structuur van school wegvalt. Ook ‘vrij spelen’ verdient een eigen kaart. Dan is het een gewoon deel van de dag en geen gat in de planning.
Voorbeeld 3: een werkdag van een volwassene
| Tijd | Activiteit |
|---|---|
| 7.30 | Opstaan, douchen, ontbijten |
| 8.15 | Fietsen naar het werk |
| 8.45 | Mail en planning voor vandaag |
| 9.15 | Werken aan één taak |
| 10.30 | Pauze, even naar buiten |
| 12.30 | Lunch, alleen |
| 13.15 | Overleg |
| 14.00 | Hersteltijd, stille plek |
| 14.15 | Werken |
| 17.00 | Naar huis |
| 17.30 | Niets, op de bank |
| 18.30 | Koken en eten |
Voor volwassenen zijn woorden vaak genoeg, maar het principe blijft hetzelfde: de dag staat buiten je hoofd. Let op de hersteltijd na het overleg en na het werk. Meer hierover in planning voor volwassenen met autisme.
Valkuilen bij een dagschema
- Te vol. Een schema met twintig kaarten is eerder een opdracht dan een hulp. Begin klein.
- Alleen verplichtingen. Zet er ook leuke dingen en rustmomenten op. Een schema dat alleen ‘moeten’ laat zien, wekt weerstand.
- Geen ruimte om bij te komen. Na school, werk, een verjaardag of een drukke winkel is er vaak tijd nodig om prikkels te verwerken. Plan die tijd in.
- Het schema als controlemiddel. Een dagschema laat zien wat er komt. Het is geen lijst om iemand op af te rekenen.
- Wijzigingen niet laten zien. Gaat iets niet door, pas dan ook het schema aan, liefst samen en zo vroeg mogelijk. Tips daarvoor in veranderingen bij autisme.
- Iedereen zegt het anders. Als papa ‘douchen’ zegt en oma ‘wassen’, is het schema minder duidelijk. Spreek met iedereen om je kind heen dezelfde woorden en plaatjes af, ook met school.
- Stoppen als het een keer niet werkt. Een nieuw schema heeft tijd nodig. Geef het een paar weken voordat je het ingrijpend verandert.
Naast de dag: de week
Een dagschema laat vandaag zien. Wil je ook laten zien wat er de rest van de week gebeurt, of hoe lang het nog duurt tot een verjaardag? Dan helpt een weekschema. Lees hoe je dat aanpakt in weekplanning bij autisme.
Van papier naar horloge
Een geprint schema is een goed begin. Met de gratis dagschema-maker zoek je pictogrammen op een Nederlands woord, zet je ze op volgorde en print je een strook of losse kaarten. Je hebt er geen account voor nodig.
Het nadeel van papier: het hangt op één plek, en jij blijft degene die zegt dat het tijd is voor de volgende stap. Met GentleTime zet je de dag klaar in de app of op de website, en ziet je kind op een smartwatch of telefoon wat er nu gebeurt, hoe lang het nog duurt en wat er straks komt. Bij elke wissel trilt het horloge zachtjes. Per persoon kies je of de dag op de klok loopt, stap voor stap gaat of een lijst is om af te vinken. Lees meer over deze dagplanner voor autisme.
Veelgestelde vragen
Waarom helpt een dagschema bij autisme?
Omdat het de dag voorspelbaar maakt. Wie kan zien wat er komt, hoeft minder te raden en minder te vragen. Dat kan onrust verminderen, overgangen makkelijker maken en ruimte geven om zelfstandiger te worden.
Moet een dagschema bij autisme met pictogrammen?
Nee. Pictogrammen werken voor veel kinderen goed, maar sommigen begrijpen een foto of een voorwerp beter, en veel oudere kinderen en volwassenen hebben genoeg aan woorden. Kies de vorm die de persoon nu begrijpt.
Hoeveel activiteiten zet ik op een dagschema?
Zoveel als de persoon kan overzien. Voor een jong kind zijn drie tot vijf kaarten vaak genoeg. Maak liever een paar korte schema's, zoals een voor de ochtend en een voor na school, dan één lange.
Wat als mijn kind steeds vraagt wat er komt, ook met een schema?
Wijs dan het schema aan in plaats van het te zeggen. Zo leert je kind dat het antwoord daar te vinden is. Het kan een paar weken duren voordat dat vanzelf gaat.
Hebben volwassenen met autisme ook iets aan een dagschema?
Ja. Veel volwassenen met autisme gebruiken een dagplanning in hun agenda, op een whiteboard of op een horloge. Het idee is hetzelfde: de dag staat buiten je hoofd, op een plek waar je hem ziet.
Maak gratis een dagschema om te printen
Kies uit zo’n 3.000 pictogrammen, zet ze in de goede volgorde en print een strook, een rij of kaartjes om uit te knippen. Zonder account.
Naar de dagschema-makerDeze gids bevat algemene, praktische informatie. Het is geen medisch, therapeutisch of pedagogisch advies en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Iedereen is anders: vraag voor persoonlijk advies een professional die de persoon kent.