De eerst-dan-kaart en het nu-straks-bord: structuur in twee stappen
Een eerst-dan-kaart laat in twee plaatjes zien wat er nu komt en wat daarna: ‘eerst tanden poetsen, dan een verhaaltje’. Een nu-straks-bord werkt op dezelfde manier. Het is de eenvoudigste vorm van een visueel schema, en voor veel kinderen met autisme de eerste stap naar een dagschema.
Bijgewerkt 3 oktober 2026 · 6 min lezen
Wat is een eerst-dan-kaart?
Een eerst-dan-kaart is een kaart of bordje met twee vakken. In het linkervak staat wat er eerst gebeurt, in het rechtervak wat er daarna komt. Meestal staan er de woorden ‘eerst’ en ‘dan’ boven, met in elk vak een pictogram of foto.
Meer is het niet, en daar zit de kracht. Een heel dagschema kan voor een jong kind of op een lastig moment te veel zijn. Twee plaatjes zijn te overzien. Je kind ziet wat er nu van hem of haar gevraagd wordt, en dat er daarna iets anders komt. De taak heeft een einde.
Eerst-dan of nu-straks: wat is het verschil?
Eigenlijk geen. Sommige scholen en zorgverleners zeggen ‘eerst en dan’, andere ‘nu en straks’. ‘Nu’ legt de nadruk op wat er op dit moment gebeurt, ‘eerst’ op de volgorde. Kies de woorden die bij jullie passen, en gebruik die dan ook steeds. Wissel niet tussen de twee, zeker niet in het begin.
Er is ook een variant met drie vakken: nu, straks, later. Die is handig als je kind de twee vakken goed begrijpt en je de dag een stukje verder wilt laten zien.
Wanneer gebruik je een eerst-dan-kaart?
Een eerst-dan-kaart werkt vooral goed:
- bij jonge kinderen of kinderen die een heel dagschema nog niet kunnen overzien;
- bij een taak waar je kind tegen opziet, zoals tanden poetsen, aankleden of huiswerk;
- bij een overgang die vaak misgaat, zoals stoppen met de tablet;
- op dagen dat er veel is en een volledig schema te veel wordt;
- onderweg, als het grote schema thuis hangt;
- bij nieuwe situaties, zoals ‘eerst de dokter, dan naar huis’.
Ook oudere kinderen en volwassenen kunnen er baat bij hebben, bijvoorbeeld op een dag dat alles te veel is. Dan hoef je alleen naar de volgende stap te kijken. Gebruik dan woorden of rustige symbolen die bij de leeftijd passen.
Zo maak je een eerst-dan-kaart
Je hebt weinig nodig:
- een stuk stevig karton of een gelamineerd vel, ongeveer zo groot als een ansichtkaart of iets groter;
- twee vakken, met ‘eerst’ en ‘dan’ (of ‘nu’ en ‘straks’) erboven;
- losse kaartjes met pictogrammen of foto's;
- klittenband, zodat je de kaartjes kunt wisselen;
- een vast plekje voor kaartjes die klaar zijn, zoals een envelop of een bakje met ‘klaar’.
De kaartjes print je gratis met de dagschema-maker. Kies de vorm met losse kaarten, zoek de plaatjes op een Nederlands woord, print ze en knip ze uit. Lamineer ze als het kan, dan gaan ze langer mee. Maak een kleine versie voor in de tas, zodat je de kaart ook buiten de deur kunt gebruiken.
Stap voor stap invoeren
- Begin met een makkelijke combinatie. Kies iets kleins in het eerst-vak en iets fijns in het dan-vak: ‘eerst handen wassen, dan koekje’. Zo leert je kind hoe de kaart werkt zonder dat het meteen moeilijk is.
- Laat zien en zeg weinig. Wijs het eerste plaatje aan en zeg kort ‘eerst handen wassen’. Wijs dan het tweede aan: ‘dan koekje’. Meer woorden zijn niet nodig.
- Doe het meteen. Het dan-vak moet ook echt meteen daarna komen. Zo leert je kind dat de kaart klopt.
- Haal het eerste kaartje weg. Is de taak klaar, dan gaat het eerste kaartje in de envelop of het bakje. Het tweede schuift naar het eerst-vak, en er komt een nieuw kaartje bij.
- Herhaal, ook op goede momenten. Gebruik de kaart niet alleen als het misgaat. Juist door hem vaak te gebruiken, wordt hij vertrouwd.
- Maak het daarna gewoner. Werkt het, zet dan ook neutrale dingen in het dan-vak: ‘eerst aankleden, dan ontbijten’. Niet alles hoeft een beloning te zijn.
Geef het een paar weken. De eerste dagen gaat het niet altijd soepel, en dat is heel gewoon.
Voorbeelden
| Eerst | Dan | Wanneer |
|---|---|---|
| Tanden poetsen | Verhaaltje | Voor het slapengaan |
| Jas aan | Naar buiten | Bij het weggaan |
| Tablet uit | Eten | Voor het avondeten |
| Huiswerk, 15 minuten | Buiten spelen | Na school |
| Boodschappen | Naar huis | Onderweg |
| Dokter | Speeltuin | Bij een afspraak |
| Douchen | Pyjama | In de avond |
| Werk afmaken | Pauze | Voor volwassenen, op het werk |
Eerst-dan is geen ruilhandel
Het is verleidelijk om de kaart te gebruiken als ‘als je dit niet doet, dan krijg je dat niet’. Dat werkt meestal averechts. De kaart wordt dan iets om tegen te vechten, in plaats van iets wat duidelijkheid geeft.
Zie de kaart als een manier om de volgorde te laten zien, niet als een afspraak die je kind moet nakomen. Lukt het eerst-vak niet, haal dan niet meteen het dan-vak weg. Kijk liever waarom het niet lukte: was de taak te groot, het moment verkeerd, of was er te veel om je kind heen? Soms helpt het om de taak kleiner te maken: ‘eerst één sok, dan de andere’.
Doorgroeien naar een dagschema
Begrijpt je kind de eerst-dan-kaart goed, dan kun je langzaam uitbreiden:
- Van twee naar drie vakken: nu, straks, later.
- Van drie naar vier of vijf kaarten in een strook, voor één dagdeel.
- Een strook per dagdeel: ochtend, middag, avond.
- Een heel dagschema, met de kaart die nu aan de beurt is duidelijk gemarkeerd.
Ga pas een stap verder als de vorige vanzelf gaat. En houd de eerst-dan-kaart achter de hand voor lastige momenten, ook als je kind al een dagschema gebruikt. Hoe je een dagschema opbouwt, lees je in dagschema bij autisme en een dagschema met pictogrammen maken.
Een eerst-dan-kaart helpt ook bij overgangen tussen activiteiten. Meer ideeën daarvoor vind je in overgangen makkelijker maken.
Nu en straks om de pols
Een eerst-dan-kaart werkt alleen als hij in de buurt is, en als iemand hem bijwerkt. Met GentleTime zie je op een smartwatch precies wat een nu-straks-bord laat zien: wat er nu gebeurt en wat er straks komt. Daarbij telt een klok af hoe lang de huidige activiteit nog duurt, en bij elke wissel trilt het horloge zachtjes. Het nu-vak schuift dus vanzelf door, zonder dat jij kaartjes hoeft te verplaatsen.
Wil je niet met tijden werken, kies dan voor stap voor stap: de volgende activiteit komt pas als je kind op Klaar tikt. Zo werkt het horloge als een eerst-dan-kaart die met je kind meegaat. Geen horloge? Dan kan het ook op een eigen telefoon of tablet. Lees meer over deze dagplanner voor autisme.
Veelgestelde vragen
Wat is een eerst-dan-kaart?
Een kaart met twee vakken. In het eerste vak staat wat er nu moet gebeuren, in het tweede wat er daarna komt. Zo wordt een taak of overgang klein en overzichtelijk.
Wat is het verschil tussen een eerst-dan-kaart en een nu-straks-bord?
Er is nauwelijks verschil. Beide laten in twee stappen zien wat er nu is en wat er daarna komt. Kies de woorden die bij jullie passen en gebruik ze consequent.
Vanaf welke leeftijd kun je een eerst-dan-kaart gebruiken?
Er is geen vaste leeftijd. Belangrijk is dat je kind begrijpt dat een plaatje bij iets echts hoort. Dan kun je beginnen, ook bij jonge kinderen. Begrijpt je kind een plaatje nog niet, probeer dan een foto of het voorwerp zelf.
Moet er altijd een beloning in het dan-vak?
Nee. In het begin helpt iets fijns in het dan-vak om de kaart te leren kennen. Daarna kun je ook gewone activiteiten in het dan-vak zetten. De kaart laat de volgorde zien, het is geen beloningssysteem.
Kan een smartwatch een eerst-dan-kaart vervangen?
Een horloge kan laten zien wat er nu is en wat er straks komt, met een trilling bij de wissel. Voor veel gezinnen werkt een combinatie: een papieren kaart thuis of op lastige momenten, en een horloge onderweg.
Maak gratis een dagschema om te printen
Kies uit zo’n 3.000 pictogrammen, zet ze in de goede volgorde en print een strook, een rij of kaartjes om uit te knippen. Zonder account.
Naar de dagschema-makerDeze gids bevat algemene, praktische informatie. Het is geen medisch, therapeutisch of pedagogisch advies en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Iedereen is anders: vraag voor persoonlijk advies een professional die de persoon kent.